The day the music dies

Mag heel even de muziek wat zachter? Kan de band heel eventjes stoppen met spelen?

Ik zit op een terras in een gezellige straat in Santa Marta. Het begint een beetje donker te worden, en toeristen genieten van een cocktail of biertje. Af en toe komt een groepje streetdancers voorbij. Een bandje speelt op straat. Doorgaan met het lezen van “The day the music dies”

Tijd

Stipt op tijd bellen we aan. “Dat komt omdat de Europeanen het horloge hebben uitgevonden”, legt de pater uit aan de groep. Daarom zijn ze altijd op tijd, punctueel. In een korte introductieronde nodigt hij ons uit tot verbinding, om – los van het verschil in taal – te communiceren met onze ogen, ons lijf, handen en voeten en vraagt ons onze camera’s even aan de kant te leggen.
Iemand vraagt wat de reden is van ons bezoek aan Cali. “Voor jullie.” “Oh, wat fijn om zo belangrijk te zijn.” Want dat is in dit land voor Afro-Colombiaanse gemeenschappen (zo’n 18% van de bevolking) verre van vanzelfsprekend. Daarom ondersteunt Mensen met een Missie deze organisatie, die bijdraagt aan de erkenning en verwerking van de (koloniale) geschiedenis van de Afrodesciendentes. Belangrijkste resultaat tot nu toe is de opname van etnische hoofdstukken (capitulos etnicos) in het vredesakkoord.
Met dezelfde ‘handen en voeten’ spreek ik tijdens de koffie met een oudere dame. Ze vraagt me hoe het komt dat Nederland zo’n rijk land is. Wat we dan verbouwen, en exporteren. Of we dan ook olie of mineralen in de grond hebben zitten. Ik mompel iets over landbouw en bloemen… De gouden eeuw mag niet meer, dus de uitleg over onze VOC-mentaliteit laat ik voor het gemak maar even achterwege.

@ Cali, Colombia

Si yo puedo

Trap op, trap af stap ik stevig door, achter gids Nene aan. Als ik na een tijdje om kijk, zie ik dat we de rest van de groep zijn verloren. Nene is aan het bellen. Ik blijf hem volgen. We lopen langs een smal paadje. Op de hoek staan vier jonge mannen. “Opgeschoten”, zouden we zeggen in Nederland. “Ola”, probeer ik vriendelijk. Eén van de mannen groet me terug, maar als ik doorloop voel ik hun ogen in mijn rug prikken. Nog steeds zijn deze mannen de leiders van de wijk, begrijp ik later. Wat dat ook moge betekenen. Hoe zouden zij naar ons kijken? Een gemengd groepje Colombiaanse en Nederlandse dames, die vrolijk bepakt met camera’s door de straten stappen, waar je 10 jaar geleden ook als buurtbewoner buiten niet veilig was. Want toch blijft het voelbaar, op dit soort kleine momenten. Of als ik een oude dame voor haar huis zie zitten. Wat zouden haar ogen allemaal hebben gezien? Maar nu wordt er gedanst, krijgen kinderen drumles op straat, rennen door de smalle straatjes, of proberen hun Engels op me uit. Gids Nene vertelt over hoe het hem is vergaan, vanuit een klein huisje, waarin hij samen met zijn vijf broers in één bed sliep. Hoe de muziek hem redde. Muziek gaat veel verder dan een kogel… Dat was zijn antwoord, als hem werd gevraagd zich bij één van de bendes aan te sluiten. Hij laat het cassettebandje zien, dat hij nog steeds bij zich draagt.
“Als de vloer van je huis uit meer bestaat dan grond, heb je het al beter dan ik. Dus als ik het kan, dan kunnen jullie het ook.”
We scanderen hem na: “Si yo puedo…” “…nosotros podemos!!!”. En als wij het kunnen, dan kunnen zij het ook. We roepen het uit over de vallei.

@ Comuna 13, Medellín, Colombia

Vivimos

“Vivimos”, zegt ze. “We leven”. En dat is te merken! Met een grote glimlach en knuffel heet ze ons welkom. Haar lichaam – 84 jaar oud – kan een klein huppeltje of dansje soms bijna niet onderdrukken. Ze maakt heerlijke soep voor ons. Laat haar knutselwerkjes zien. Vertelt over de twintig diploma’s die ze heeft gehaald. Haalt er oude familiefoto’s bij en de knuffelpoppen die ze door de jaren heen heeft verzameld.
“Vivimos”. In haar geval helemaal niet zo vanzelfsprekend. “Mama Chila” woont samen met haar dochter Gloria, haar kleindochter Natalia en haar drie honden in het kleine huisje. Drie generaties, overgrootmoeder (104) woont in een dorp twee uur verderop. Zonder mannen. In de vele decennia van geweld is Mama Chila haar man, haar schoonzoon (de man van Gloria en vader van Natalia), en drie zoons (broers van Natalia) verloren.
Maar toch: “Vivimos”. Want wat moet je anders.

@stephaniebroekarts 

Stil

Een verhaaltje uit de oude doos – juli 2005 – dat ik ineens weer terug vond in een oud opschrijfboekje.

Het is stil in huis. Het soort stilte dat je alleen kan horen waar eerst geluid was. Niks lijkt meer te kloppen. Ik voel me verdrietig en lamlendig en besluit terug te gaan naar Rotterdam. Met de bus dit keer. Omdat papa er niet meer is om me naar de trein te brengen.

Bij de bushalte zitten een mevrouw en meneer op leeftijd. Ze roken, met volle teugen. Alle berichten over de schadelijkheid daarvan lijken hen volledig te zijn ontgaan. Ze blijken elkaar te kennen. Hij vertelt over zijn vrouw. Ze ligt in het Leyenburg ziekenhuis en hij bezoekt haar twee keer per dag. “Een slachthuis”, vindt hij het. “Een tijdje terug, toen mijn zoon zo ziek was, toen zeiden dat ik maar naar huis moest gaan, omdat het nog wel even kon duren. Een half uur later was hij dood.” De vrouw vraagt of het de zoon was die zij bijna dagelijks langs haar huis zag komen, een kratje bier achterop zijn fiets. “Ja”, zegt de man, “die was het, die dikke, hij is 41 geworden. In december was het vier jaar geleden”.

Tranen schieten me in de ogen. De man steekt nog een peuk op, biedt de vrouw er ook een aan. Ze bedankt, en haalt uit haar grote supermarkttas een blikje bier en begint te drinken. Alsof haar leven er vanaf hangt.

Same shit

Ik draai de kraan naar rechts. Er gebeurt niks. Wat irritant, ik had me graag even opgefrist na de lange vlucht naar Kaapstad. Gelukkig komt een vriendin me ophalen van het vliegveld. We drinken nog even een cocktailtje op mijn goede aankomst. Zonder ijs, dat wel, daar moet je in dit soort landen natuurlijk niet aan beginnen. De volgende dag maken we een trip naar Kirstenbosch, een prachtige botanische tuin in de buurt van Kaapstad. Het is er groen, en we picnknicken in het gras, onze voeten in het  meertje. Helaas doet het kraantje het niet, dus werken we onze vieze voeten weer terug in onze gympen. Eenmaal thuis gekomen frissen we ons op om nog even lekker uit eten te gaan. De douche mag helaas maar heel eventjes aan, om niet boven de 50 liter waterverbruik per persoon per dag te komen, die door de Zuid-Afrikaanse overheid is opgelegd. Mijn conditioner laat ik maar even achterwege.

Doorgaan met het lezen van “Same shit”

Anders ben je mijn date niet meer

Hij had gedacht dat het eenzaam zou zijn. Al zijn vrienden nog gewoon thuis bij hun gezin, en hij ineens weer alleen. Na zo lang. Zijn laatste eerste date stamde uit het tijdperk dat je haar thuis in haar studentenhuis moest opbellen, en je dus eerst door drie huisgenoten heen moest worstelen voor je haar aan de lijn kreeg.

Nu ging dat online, zo was hem verteld, en op het laatste mannenweekend hadden zijn nog getrouwde vrienden maar wat graag een profiel voor hem aangemaakt. Drie goede foto’s, een gevatte omschrijving, en hij was erbij. Het grote swipen kon beginnen. Doorgaan met het lezen van “Anders ben je mijn date niet meer”