Marktplaatsman

Met zijn auto komt hij voorrijden. Er is geen parkeerplek in de straat, dus hij vraagt of ik het kledingrek naar beneden kan komen brengen. Lang, dun, een vrolijk hoofd met krullen. Ineens ben ik me bewust van mijn quarantaine-outfit, mijn net te lange haar, en make-uploze hoofd. Onhandig geef ik hem de verschillende onderdelen aan, en de bijbehorende schroefjes, die ik had bewaard in mijn broekzak. Even raken onze handen elkaar.

Hij stelt de verplichte Marktplaatsvraag “Is het compleet?” en mompelt iets over vele verhuizingen, en dat hij vaker zo’n rek heeft gehad dus weet hoe hij het in elkaar moet zetten. Ik antwoord bevestigend en mijn fantasie draait overuren: over verbroken relaties, eenzame mannenslaapkamers, en hoe superhandig hij dan waarschijnlijk ook de plankjes zou kunnen ophangen in onze toekomstige gezamenlijk babykamer…

Hij vertrekt.

Even later beloont hij me met vijf sterren, en ik hem: vriendelijk, komt afspraken na, biedt realistisch.

(Enne… mocht je dit lezen: je hebt mijn Marktplaats-account…;-) )

Oma’s magische schoenen

Er was eens een clowntje, dat werkte in het circus. Ze vond het prachtig om in de arena te staan, haar grappen te maken en trucs te laten zien aan de mensen. En als er soms iets mis ging, dan lachte ze gewoon heel hard om zichzelf. Als klein meisje had ze altijd al gedroomd van deze baan, van de grappen, het brengen van vrolijkheid aan de mensen. En het publiek was gek op haar!
Toen ze ooit, lang geleden, zich klaar maakte voor haar allereerste optreden in het circus, had ze van haar oma een heel bijzonder paar schoenen gekregen. Magische schoenen waren het, zo vertelde zij haar. Waarmee oma ooit, in haar jonge jaren, zelf had opgetreden. Dankbaar nam het meisje de schoenen aan, en ze droeg ze, vol trots, elke keer als ze de arena in stapte. De mensen klapten, de mensen lachten, riepen haar toe, en wilden na afloop met haar op de foto. Het clowntje genoot.
Maar na jaren van optreden, sliep ze ineens wat slechter. ’s Morgens vroeg, terwijl het hele circuskamp nog in diepe rust was, maakte ze dan een rondje langs de andere tenten. Vooral bij de leeuw kon ze urenlang staan kijken. Als hij soms zomaar superhard begon te brullen, schrok ze zich een hoedje, maar ze voelde ook een soort steekje van jaloezie, al wist ze niet eens precies waarop. Het enige nadeel van dit vroege rondje, was dat ze op haar weg naar de arena dan langs de tent van haar collega Pierrot moest. Vreselijk vond ze dat. Overdag probeerde ze hem altijd zo veel mogelijk te mijden, maar helaas was er geen andere weg om van de leeuwenkooi naar de arena te komen. Zo snel mogelijk probeerde ze langs de tent te sluipen, met haar handen op haar oren om zijn harde snikken maar niet te hoeven horen, en de andere kant op kijkend om zijn grote tranen niet te hoeven zien, de pijn in haar buik negerend.
Als ze na zo’n rondje langs de tenten de arena in stapte, voelde ze zich anders. Ze lachte wel, ze deed haar act, het publiek klapte, ze ging op de foto met de enthousiaste fans. Maar het leek alsof haar grote clownsschoenen van oma op deze dagen net wat strakker zaten, ze leken zelfs een beetje te krimpen, elke keer dat ze in de ochtend bij de leeuw had staan kijken en vervolgens langs de tent van Pierrot was gerend.
En zo verstreek de tijd, tot op een dag het clowntje de arena in stapte en geen stap meer kon zetten. Haar magische schoenen knelden zó, dat ze geen kant meer op kon. Verstijfd stond ze in het midden van de arena, en keek naar het publiek om zich heen, dat vol spanning afwachtte, naar haar keek. Ze probeerde naar de positie voor haar eerste act te lopen, maar haar voeten kwamen niet in beweging. Ze bewoog met haar armen, trok gekke bekken, maar niemand lachte. Ze voelde de spanning in haar lijf, ze moest iets doen, iets zeggen. De mensen aan het lachen maken, daar waren ze voor gekomen!
Plotseling biggelden de tranen over haar wangen. “Ik ben zo bang”, zei ze zacht. “Ik wil soms zo graag zoals die grote leeuw zijn, die lekker begint te brullen als hij daar zin in heeft, zonder bang te zijn dat iemand van hem schrikt en hem uit de weg zal gaan. Maar ik ben zo bang dat dan niemand meer naar het circus zal komen, jullie me allemaal in de steek zullen laten.” Bedrukt keek ze naar haar tenen.
En tegelijkertijd gebeurde er iets geks. De schoenen van oma begon weer wat ruimer aan te voelen, ze leken een klein beetje te groeien! Het clowntje bleef maar praten, uren en uren vertelde ze. Het was doodstil in de zaal, de mensen hingen aan haar lippen. Soms begon er iemand te lachen, of te huilen. Een paar mensen stonden op en verlieten de zaal, al prevelend: “Hier heb ik toch verdomme niet voor betaald!”. Maar het clowntje kon niet meer stoppen: ze praatte, ze lachte, liet dikke tranen over haar wangen biggelen, en soms brulde ze zelfs als de leeuw, of maakte en pirouetje. En toen ze eindelijk klaar was, stonden de mensen die waren gebleven op de banken, ze bleven maar klappen!!!
De magische schoenen van oma waren inmiddels weer zo groot geworden, dat ze er over struikelde toen ze naar voren wilde stappen om een buiging te maken. Lachend lag ze in het zand van de arena, tot grote hilariteit van het publiek. Gelukkig had Pierrot in de coulissen het hele gebeuren gade geslagen.
Hij rende de arena in en hielp het clowntje overeind. Hand in hand maakten ze een grote buiging. Het clowntje keek even naar boven. “Dankjewel, oma”, fluisterde ze.

Vijftig tinten grijs

Wat had ik het graag gedaan. Een artikel schrijven waarin de plaatselijke problematiek in Colombia duidelijk wordt. Maar ik weet niet waar te beginnen. Steeds als wij als kersverse reporters tijdens onze twee weken in Colombia dachten een heel klein beetje te begrijpen van dit enorm complexe land, keken onze lokale begeleiders ons aan met een typische blik. Een mengeling van “Ja, ergens heb je gelijk”, “Het hangt er van af hoe je ernaar kijkt” en “Nou nee, zo zit het ook niet helemaal”. Elke poging om zwart of wit te maken van de wel meer dan vijftig tinten grijs, mislukt jammerlijk.

Ik weet niet wat ik had verwacht, maar dit niet. Eigenlijk is ieders perspectief te begrijpen, vanuit de wens op een beter leven, een betere toekomst. Bij mij blijft vooral het gevoel van dankbaarheid hangen, bij al deze dappere mensen, die in mijn ogen alle reden zouden hebben om alleen nog maar ongelofelijk boos, bang en verdrietig te zijn.

Het gezin van drie generaties dames, dat samenleeft onder één dak. Wat een levensvreugd, humor en energie zie ik hier tijdens de middag dat we hier zijn uitgenodigd voor de lunch. Terwijl de mannen in de familie zijn omgekomen in de tijd van Escobar.

De Afro-Colombiaanse gemeenschap in Robles, waar padre Venanzio ons mee naartoe neemt. “Wat vinden jullie nou van Colombia”, vragen we hen. “Een geschenk van God”. We zijn even stil. Een geschenk van God, met alles wat we de afgelopen dagen over dit land hebben gehoord, en met alle ellende die er ook is?

De inheemse gemeenschap van de Wiwa’s, die we bezoeken in de Sierra Nevada de Santa Marta.

En de vele – vaak vrouwelijke – sociaal leiders. Die niet bang zijn, strijden voor hun rechten, zelfs als ze daar soms letterlijk de dood voor in de ogen moeten kijken.

Mensen met een Missie helpt juist deze mensen hun stem te laten horen. Juist deze mensen, wiens stem niet vanzelfsprekend meetelt. Vrouwen, Afro-Colombianen, inheemse gemeenschappen.

Hoe denkt de Wiwa-gemeenschap eigenlijk over vrouwenrechten? Waarom heeft 51% van de bevolking tégen het vredesakkoord gestemd, terwijl tegelijkertijd ook zo veel mensen persoonlijk geraakt zijn door de decennia aan geweld? Hoe zou een gesprek tussen de Afro-Colombiaanse gemeenschap en de oorspronkelijke bevolking eruit zien? En wat als daar een jonge vader uit Bogotá bij aan zou sluiten, na zijn studie rechten gestart bij een groot kantoor, om zijn gezin te kunnen onderhouden. En de lokale directeur van Shell? De president?

Ik keer terug met heel veel vragen over dit prachtige, rijke, diverse land. Maar het hoorbaar maken van al die verschillende perspectieven, dat is in ieder geval een superbelangrijk begin.

The day the music dies

Mag heel even de muziek wat zachter? Kan de band heel eventjes stoppen met spelen?

Ik zit op een terras in een gezellige straat in Santa Marta. Het begint een beetje donker te worden, en toeristen genieten van een cocktail of biertje. Af en toe komt een groepje streetdancers voorbij. Een bandje speelt op straat. Doorgaan met het lezen van “The day the music dies”

Tijd

Stipt op tijd bellen we aan. “Dat komt omdat de Europeanen het horloge hebben uitgevonden”, legt de pater uit aan de groep. Daarom zijn ze altijd op tijd, punctueel. In een korte introductieronde nodigt hij ons uit tot verbinding, om – los van het verschil in taal – te communiceren met onze ogen, ons lijf, handen en voeten en vraagt ons onze camera’s even aan de kant te leggen.
Iemand vraagt wat de reden is van ons bezoek aan Cali. “Voor jullie.” “Oh, wat fijn om zo belangrijk te zijn.” Want dat is in dit land voor Afro-Colombiaanse gemeenschappen (zo’n 18% van de bevolking) verre van vanzelfsprekend. Daarom ondersteunt Mensen met een Missie deze organisatie, die bijdraagt aan de erkenning en verwerking van de (koloniale) geschiedenis van de Afrodesciendentes. Belangrijkste resultaat tot nu toe is de opname van etnische hoofdstukken (capitulos etnicos) in het vredesakkoord.
Met dezelfde ‘handen en voeten’ spreek ik tijdens de koffie met een oudere dame. Ze vraagt me hoe het komt dat Nederland zo’n rijk land is. Wat we dan verbouwen, en exporteren. Of we dan ook olie of mineralen in de grond hebben zitten. Ik mompel iets over landbouw en bloemen… De gouden eeuw mag niet meer, dus de uitleg over onze VOC-mentaliteit laat ik voor het gemak maar even achterwege.

@ Cali, Colombia

Si yo puedo

Trap op, trap af stap ik stevig door, achter gids Nene aan. Als ik na een tijdje om kijk, zie ik dat we de rest van de groep zijn verloren. Nene is aan het bellen. Ik blijf hem volgen. We lopen langs een smal paadje. Op de hoek staan vier jonge mannen. “Opgeschoten”, zouden we zeggen in Nederland. “Ola”, probeer ik vriendelijk. Eén van de mannen groet me terug, maar als ik doorloop voel ik hun ogen in mijn rug prikken. Nog steeds zijn deze mannen de leiders van de wijk, begrijp ik later. Wat dat ook moge betekenen. Hoe zouden zij naar ons kijken? Een gemengd groepje Colombiaanse en Nederlandse dames, die vrolijk bepakt met camera’s door de straten stappen, waar je 10 jaar geleden ook als buurtbewoner buiten niet veilig was. Want toch blijft het voelbaar, op dit soort kleine momenten. Of als ik een oude dame voor haar huis zie zitten. Wat zouden haar ogen allemaal hebben gezien? Maar nu wordt er gedanst, krijgen kinderen drumles op straat, rennen door de smalle straatjes, of proberen hun Engels op me uit. Gids Nene vertelt over hoe het hem is vergaan, vanuit een klein huisje, waarin hij samen met zijn vijf broers in één bed sliep. Hoe de muziek hem redde. Muziek gaat veel verder dan een kogel… Dat was zijn antwoord, als hem werd gevraagd zich bij één van de bendes aan te sluiten. Hij laat het cassettebandje zien, dat hij nog steeds bij zich draagt.
“Als de vloer van je huis uit meer bestaat dan grond, heb je het al beter dan ik. Dus als ik het kan, dan kunnen jullie het ook.”
We scanderen hem na: “Si yo puedo…” “…nosotros podemos!!!”. En als wij het kunnen, dan kunnen zij het ook. We roepen het uit over de vallei.

@ Comuna 13, Medellín, Colombia

Vivimos

“Vivimos”, zegt ze. “We leven”. En dat is te merken! Met een grote glimlach en knuffel heet ze ons welkom. Haar lichaam – 84 jaar oud – kan een klein huppeltje of dansje soms bijna niet onderdrukken. Ze maakt heerlijke soep voor ons. Laat haar knutselwerkjes zien. Vertelt over de twintig diploma’s die ze heeft gehaald. Haalt er oude familiefoto’s bij en de knuffelpoppen die ze door de jaren heen heeft verzameld.
“Vivimos”. In haar geval helemaal niet zo vanzelfsprekend. “Mama Chila” woont samen met haar dochter Gloria, haar kleindochter Natalia en haar drie honden in het kleine huisje. Drie generaties, overgrootmoeder (104) woont in een dorp twee uur verderop. Zonder mannen. In de vele decennia van geweld is Mama Chila haar man, haar schoonzoon (de man van Gloria en vader van Natalia), en drie zoons (broers van Natalia) verloren.
Maar toch: “Vivimos”. Want wat moet je anders.

@stephaniebroekarts 

Stil

Een verhaaltje uit de oude doos – juli 2005 – dat ik ineens weer terug vond in een oud opschrijfboekje.

Het is stil in huis. Het soort stilte dat je alleen kan horen waar eerst geluid was. Niks lijkt meer te kloppen. Ik voel me verdrietig en lamlendig en besluit terug te gaan naar Rotterdam. Met de bus dit keer. Omdat papa er niet meer is om me naar de trein te brengen.

Bij de bushalte zitten een mevrouw en meneer op leeftijd. Ze roken, met volle teugen. Alle berichten over de schadelijkheid daarvan lijken hen volledig te zijn ontgaan. Ze blijken elkaar te kennen. Hij vertelt over zijn vrouw. Ze ligt in het Leyenburg ziekenhuis en hij bezoekt haar twee keer per dag. “Een slachthuis”, vindt hij het. “Een tijdje terug, toen mijn zoon zo ziek was, toen zeiden dat ik maar naar huis moest gaan, omdat het nog wel even kon duren. Een half uur later was hij dood.” De vrouw vraagt of het de zoon was die zij bijna dagelijks langs haar huis zag komen, een kratje bier achterop zijn fiets. “Ja”, zegt de man, “die was het, die dikke, hij is 41 geworden. In december was het vier jaar geleden”.

Tranen schieten me in de ogen. De man steekt nog een peuk op, biedt de vrouw er ook een aan. Ze bedankt, en haalt uit haar grote supermarkttas een blikje bier en begint te drinken. Alsof haar leven er vanaf hangt.

Same shit

Ik draai de kraan naar rechts. Er gebeurt niks. Wat irritant, ik had me graag even opgefrist na de lange vlucht naar Kaapstad. Gelukkig komt een vriendin me ophalen van het vliegveld. We drinken nog even een cocktailtje op mijn goede aankomst. Zonder ijs, dat wel, daar moet je in dit soort landen natuurlijk niet aan beginnen. De volgende dag maken we een trip naar Kirstenbosch, een prachtige botanische tuin in de buurt van Kaapstad. Het is er groen, en we picnknicken in het gras, onze voeten in het  meertje. Helaas doet het kraantje het niet, dus werken we onze vieze voeten weer terug in onze gympen. Eenmaal thuis gekomen frissen we ons op om nog even lekker uit eten te gaan. De douche mag helaas maar heel eventjes aan, om niet boven de 50 liter waterverbruik per persoon per dag te komen, die door de Zuid-Afrikaanse overheid is opgelegd. Mijn conditioner laat ik maar even achterwege.

Doorgaan met het lezen van “Same shit”

Anders ben je mijn date niet meer

Hij had gedacht dat het eenzaam zou zijn. Al zijn vrienden nog gewoon thuis bij hun gezin, en hij ineens weer alleen. Na zo lang. Zijn laatste eerste date stamde uit het tijdperk dat je haar thuis in haar studentenhuis moest opbellen, en je dus eerst door drie huisgenoten heen moest worstelen voor je haar aan de lijn kreeg.

Nu ging dat online, zo was hem verteld, en op het laatste mannenweekend hadden zijn nog getrouwde vrienden maar wat graag een profiel voor hem aangemaakt. Drie goede foto’s, een gevatte omschrijving, en hij was erbij. Het grote swipen kon beginnen. Doorgaan met het lezen van “Anders ben je mijn date niet meer”